Dyscalculie

Dyscalculie is een stoornis op het gebied van het leren en vlot/accuraat oproepen/toepassen van reken-wiskundekennis (feiten/afspraken). Het gaat daarbij om ernstige en hardnekkige problemen die niet veroorzaakt worden door de capaciteiten van een kind of door gebrek aan goede ondersteuning en extra hulp op rekengebied.

Kinderen met dyscalculie hebben vaak problemen met het eigen maken van relatief eenvoudige rekenvaardigheden. Hierbij is te denken aan het rekenen onder het tiental, het leren klokkijken, het aanleren van de tafels. Dit werkt vaak door op latere leeftijd wanneer er complexere rekenvaardigheden aangeleerd moeten worden.

Om dyscalculie te kunnen aantonen moet er sprake zijn van een achterstand (minimaal twee jaar) en moet een kind extra hulp gehad hebben op school op het gebied van rekenen. Hierbij geldt eigenlijk hetzelfde als bij dyslexie: minimaal 3 maal per week 20 minuten buiten de vaste instructies van de methode om. Omdat school de hardnekkigheid en de achterstand moet kunnen aantonen, is het vaak pas in groep 7 of 8 dat een kind wordt aangemeld voor dyscalculie onderzoek.

Dyscalculieonderzoek bestaat grofweg uit drie delen. Allereerst is er de zogenaamde “schoolanamnese”. School laat zien dat de leerling een flinke achterstand heeft. Ook levert school de gegevens aan dat zij extra hulp hebben geboden en dat dit onvoldoende baat heeft gehad. Dit is het criterium van de hardnekkigheid van de rekenproblemen.

In het onderzoek worden vervolgens de cognitieve capaciteiten van een kind in kaart gebracht. Dit is om aan te tonen dat er een “gat” bestaat tussen het rekenniveau en algehele niveau van functioneren.

Tot slot worden de rekenvaardigheden in kaart gebracht wat de basisvaardigheden omvat, maar ook de vaardigheden op de rekendomeinen.

Als een kind gediagnosticeerd wordt met dyscalculie, geeft dit recht op extra tijd bij toetsen waarbij beroep gedaan wordt op de rekenvaardigheden. Dit is met name van belang in het voortgezet en hoger onderwijs. Het kan ook recht geven op compensatie. Daarnaast blijft het van belang dat een kind extra hulp blijft ontvangen op het gebied van rekenen en/of wiskunde.