Leerontwikkeling / Begaafdheid

Om optimaal tot leren te kunnen komen, hebben we het vaak over de capaciteiten van een kind: wat is het intelligentieniveau? Is er sprake van hoogbegaafdheid of beneden gemiddelde capaciteiten?

Soms lijkt het een kind wel heel gemakkelijk de stof tot zich te kunnen nemen. En soms denken we dat het toch echt zou moeten lukken, maar komt het er op de één of andere manier niet uit. Of soms lukt het een kind gewoonweg niet om de leerstof eigen te maken. Bij vragen omtrent de leerontwikkeling komt het er op neer om er achter te komen wat er van een kind verwacht mag worden. Hierbij kan gedacht worden aan hoogbegaafdheid, maar ook aan beneden gemiddeld ontwikkelde capaciteiten.

Niet alleen intelligentie speelt een rol…

Er speelt echter meer mee dan alleen de intelligentie van een kind om goed tot leren te kunnen komen. Zo komen ook de executieve functies van een kind aan bod. Maar ook de mindset, motivatie en (faal)angst kunnen een rol spelen. Daarnaast speelt de omgeving ook een zeer belangrijke rol.

Executieve functies

Executieve functies zijn denkprocessen die nodig zijn voor het uitvoeren van doelgericht gedrag. De executieve functies omvatten onder andere de aandachtsregulatie, impulscontrole, plannen, (werk)geheugen, flexibiliteit (aan kunnen passen aan omstandigheden), zelfinzicht . Als er tekortkomingen zijn in één of meerdere executieve functies kan er voor zorgen dat een kind moeite heeft om het gedrag te reguleren en kan daardoor van negatieve invloed zijn op het leren.

Mindset

Daarnaast speelt de “mindset” van een kind ook mee in het leren. Denkt een kind dat intelligentie een vast staand gegeven is en dat hij of zij iets gewoon kan of niet kan. Of denkt een kind dat hij of zij bepaalde vaardigheden kan leren en beter kan worden? Dit zijn kort uitgelegd een fixed en growth mindset zoals uitgelegd door Carol Dweck.
Motivatie en (faal)angst kunnen ook van invloed zijn op het leren en kunnen ook meegenomen worden in onderzoek naar de leerontwikkeling.

Hoogbegaafdheid

Alhoewel de wetenschap er nog niet helemaal over uit is wat “hoogbegaafdheid” precies omvat, wordt de term vaak gebruikt. Bij hoogbegaafdheid hebben we het over een IQ van 130 of hoger. Maar alleen een zeer hoog intelligentieniveau zorgt niet vanzelfsprekend voor zeer goede prestaties. Andere zaken spelen mee zoals het probleemoplossend vermogen, creativiteit in het denken, leergierigheid en motivatie. Ook de hierboven genoemde mindset en de executieve functies spelen een grote rol. Wanneer de omgeving niet voldoende aansluit, kan een kind vast lopen. Een hoogbegaafd kind kan zich gaan vervelen of gaan onderpresteren. Vaak zijn dit aanleidingen voor onderzoek. De sterke en zwakke kanten worden in kaart gebracht om zo goed mogelijk op een kind te kunnen aansluiten. Omdat hoogbegaafdheid zo divers is, is het belangrijk om alle puzzelstukjes boven tafel te krijgen.

Onderzoek

Wanneer de leerontwikkeling vervolgens in kaart gebracht wordt, wordt er gekeken naar de cognitieve capaciteiten van een kind en de executieve functies. Daarnaast kunnen andere facetten onder de loep genomen worden zoals mindset, motivatie, faalangst, creativiteit in het denkvermogen en didactische vaardigheden. Hierdoor kan er zicht verkregen in de mogelijkheden van een kind en waarom een kind juist wel of niet goed tot leren komt. Dit geeft vervolgens aanknopingspunten hoe er verder geholpen kan worden zodat een kind optimaal tot ontwikkeling kan komen.