Virtueel autisme: fictie of waarheid?

Virtueel autisme: fictie of waarheid?

Toen was daar opeens de term: virtueel autisme. Niet “gewoon” autisme, nee “virtueel” autisme. Er kwamen koppen in de media voorbij als: “Aantal kinderen met autisme explodeert, dit is waarschijnlijk de oorzaak”. En “Beeldschermgebruik creëert ‘virtueel’ autisme”.  Maar waar komt dit nu opeens vandaan? Door de media lijkt het al voor “waar” te worden aangenomen dat veel beeldschermgebruik zorgt voor een grote hoeveelheid aan autisme diagnoses. Maar de hamvraag is: is dit nu wetenschappelijk onderbouwd? Oftewel: wat is er nu eigenlijk “waar” van virtueel autisme?  En is die virtuele wereld nu echt zo slecht voor onze kinderen zoals beweerd wordt?

Autisme

Om alles goed te kunnen plaatsen, staan we eerst even stil bij de term autisme. Autisme is een neurobiologische ontwikkelingsstoornis. Dat wil zeggen dat autisme van invloed is op de gehele ontwikkeling. En als we het hebben over autisme, moet duidelijk zijn dat er grote verschillen bestaan in hoe dit zich uit bij mensen. Om die reden wordt tegenwoordig over autismespectrumstoornissen gesproken. Hiermee wordt aangegeven dat er een breed “gebied”  is in de wijze waarop autisme zich bij iemand kan manifesteren.

Autisme wordt meestal vastgesteld na een uitgebreid psychologisch en psychiatrisch onderzoek. Dit wordt bepaald op basis van het wereldwijd gebruikte classificatie systeem DSM-5. Dit is een handboek waar alle psychiatrische stoornissen in worden beschreven. Bij autisme is er sprake van twee kernsymptomen: beperkingen in de sociale communicatie en interactie; repetitief gedrag en specifieke interesses. Hierbij kan per domein worden aangegeven of dit om milde, matige of ernstige problematiek gaat.

In het vorige classificatiesysteem, de DSM-IV, werd er nog gesproken over verschillende soorten autisme. Zo kon er sprake zijn van PDD-NOS, Asperger en klassiek autisme. Dit onderscheid wordt in de DSM-5 niet meer gemaakt en wordt er dus gesproken over een autismespectrumstoornis.

De oorzaak van autisme is nog niet bekend. Daar wordt volop onderzoek naar gedaan. Wel is bekend dat het voor een groot deel een biologische oorzaak heeft. Autisme is voor 60% erfelijk bepaald. Autisme is dus niet te genezen. Er zijn uiteenlopende behandelingen mogelijk, die vooral gericht zijn op verbeteringen in het sociale en communicatieve gedrag. Daarnaast richt behandeling zich op het rigide en inflexibele gedrag en op het aanleren van copingstrategieën

Virtueel autisme

Met virtueel autisme wordt dus duidelijk iets anders bedoeld dan met autisme. Bij virtueel autisme zou het gaan om kinderen die veel autisme gedragskenmerken laten zien. Daarbij kan gedacht worden aan beperkte alledaagse interacties met anderen, verminderd oogcontact en moeite met (fantasie)spel. Hierdoor zouden kinderen gediagnosticeerd kunnen worden met autisme. Echter, de oorzaak ervan zou dan liggen in het vele “beeldschermgebruik” en niet in een biologische achtergrond zoals bij autisme het geval is. Als het kind dan enige tijd niet meer op de computer mag of tv mag kijken, zouden de autisme kenmerken verdwijnen. Virtueel autisme is dus geen autisme. Het gaat om een zogenaamde misdiagnose. Maar is dit wel wetenschappelijk onderzocht?

Waar het allemaal mee begon…

Eigenlijk begon het met een filmpje waarin een Franse arts, Dr. Anne-lise Ducanda, waarschuwt voor het beeldschermgebruik onder jonge kinderen. Deze arts werkt in een ziekenhuis en zag kinderen met autisme kenmerken langs komen waarbij de oorzaak van de problematiek lag in het vele beeldschermgebruik. Hierbij heeft zij het over kinderen die daar 6 uur of langer per dag achter zitten. Zodra dit werd weggenomen, verdwenen deze zogenaamde autisme symptomen ook. Zij waarschuwt voor “misdiagnoses” en vraagt ouders hun kinderen zoveel mogelijk in “de echte wereld”  te laten spelen. Het doel van het filmpje was vooral om mensen te waarschuwen. Met andere woorden: dit is niet gebaseerd op wetenschappelijk onderzoek. Dit benadrukt de arts in het slotstuk van het filmpje ook en roept onderzoekers en journalisten op hier verder onderzoek naar te doen.

Omdat het nog niet wetenschappelijk onderbouwd is, kan er nog niet met zekerheid worden beweerd dat beeldschermgebruik zorgt voor kenmerken bij jonge kinderen die ook gezien worden bij kinderen met autisme. Het is dus nog wat voorbarig, maar dat neemt niet weg dat er reële zorgen bestaan.

Eenmaal gepubliceerd, werd het filmpje opgepikt door (inter)nationale media. Plots was de goed bedoelde waarschuwing veranderd in een waarheid. En plots was de term “virtueel autisme” geboren. Een term die nieuwsgierig maakt en lezers lokt, maar wat ongelukkig gekozen omdat het direct klinkt alsof het een onderdeel uit maakt van het autisme spectrum.

Waarom zou dit beeldschermgebruik zorgen voor autisme gedragskenmerken?

In het filmpje wordt uitgelegd dat het punt vooral zit in wat kinderen niet aan het doen zijn op het moment dat ze een beeldscherm voor zich hebben. Ze zijn niet aan het interacteren met anderen, ze zijn ook niet bezig met echte materialen, en tot slot bewegen ze ook niet veel. Kinderen leren in interactie met anderen. Zo leren ze wat gezichtsuitdrukkingen doen. Wat doet het stemgebruik en de toonhoogte van een stem, hoe reageert de ander daar op? En hoe lichaamstaal werkt, leer je ook in relatie tot anderen.

In de directe omgang met verschillende materialen leer je hoe de wereld in elkaar zit. Je ervaart hoe iets voelt, hoe iets ruikt waartoe bepaalde bewegingen kunnen leiden. Zo leer je de echte wereld kennen in plaats van de virtuele.

Door veel beeldschermgebruik zouden jonge kinderen onder andere moeite hebben met het maken van oogcontact, moeite hebben in het contact met anderen, en weinig spel laten zien. Oftewel, gedragingen die we ook vaak zien bij kinderen met autisme.

Wat zeggen de deskundigen over virtueel autisme?

Er is een aantal deskundigen op het gebied van autisme gevraagd om te reageren.

Prof. Dr. Wouter Staal, kinder- en jeugdpsychiater en bijzonder hoogleraar autisme spectrum stoornissen, zegt hierover het volgende: “De evidentie is, nog, wat mager, maar de zorgen zijn toenemend. Frequent multimediagebruik wordt in verschillende studies geassocieerd met een groter risico op psychopathologie of versterking van reeds bestaande psychopathologie. Daaronder valt ook autisme. Voor psychisch kwetsbare kinderen, juist ook in vroege ontwikkeling is mijn professioneel advies aan ouders dan ook om het gebruik van multimedia te beperken tot maximaal een uur per dag. Los daarvan zou ik op gebied van lifestyle willen adviseren dat kinderen sporten en liefst ook veel buiten zijn, denk hier ook aan vitamine D, dit blijkt gunstig te zijn voor de ontwikkeling.”

Prof. Dr. Ina van Berckelaer-Onnes, emeritus hoogleraar orthopedagogiek en gespecialiseerd in autisme, ziet het frequente beeldschermgebruik in eerste instantie als zeer schadelijk voor mensen met een autismespectrumstoornis. “Zij ontberen de alledaagse wereld en raken nog verder van een gezonde socialisatie verwijderd. Dat beeldschermgebruik tot autisme kan leiden, sluit ik uit. Maar het kan wel een side effect van autisme zijn: veel kinderen met autisme zoeken veelvuldig het beeldscherm op. Het moge duidelijk zijn dat frequent gebruik van het beeldscherm niet bevordelijk is voor de sociale ontwikkeling. Elk kind heeft een variatie aan activiteiten op verschillende gebieden nodig. Kinderen die het beeldscherm steeds opzoeken, staan te weinig open voor deze variatie en zullen daarin begeleid moeten worden. Zowel bij de stoornis autisme als bij ” virtueel autisme”  is sturing in het gebruik van beeldschermen nodig. Ik betreur dat de link met autisme is gelegd. Het gaat om verschillende gedragsbiologen, die beide begeleiding nodig hebben, maar vanuit een ander gezichtspunt.”

De “gevaren” van veel beeldschermgebruik voor jonge kinderen

Lichamelijke gezondheid

Er zijn wel degelijk onderzoeken gedaan naar de invloeden van media op kinderen. Zo zijn er met name veel onderzoeken gericht geweest op “beeldschermgebruik”  en gezondheid. Zo weten we bijvoorbeeld dat veel beeldschermgebruik bij kinderen in verband staat met (te) weinig bewegen. Ook overgewicht, obesitas en slaapproblemen staan in verband met veel beeldschermgebruik.

Psychische gezondheid

Er zijn nog niet heel veel onderzoeken uitgevoerd die zich richten op hebt verband tussen beeldscherm gebruik en psychische stoornissen. Er zijn er wel een aantal. Zo is er een onderzoek geweest waarbij de hoeveelheid van audiovisueel materiaal dat gebruikt werd door jonge kinderen in verband is gebracht met het eerder tot uiting doen komen van de autisme kenmerken. Dit onderzoek is uitgevoerd in een zogenaamde tweelingstudie. Hieruit kwam naar voren dat de al aanwezige psychopathologie, in dit geval autisme, eerder tot uiting kwam wanneer het kind met veel audiovisuele materialen “speelde”.

Daarnaast blijken aandachtsproblemen bij kinderen ook in verband te staan met veel tv kijken. Op een beeldscherm gebeurt namelijk ontzettend veel; veel kleuren, bewegingen en is er vaak achtergrondmuziek te horen. Het dagelijks leven is toch echt wat minder uitbundig. Dan horen we geen spannende muziek als de juf wat uitlegt, springen we niet van de ene scène naar de andere en gebeuren niet alle belangrijke dingen recht voor je neus.

Invloed van ouders 

De invloed van ouders blijkt essentieel te zijn bij het beeldschermgebruik van kinderen. Dat is wellicht een open deur, maar het is goed om daar bij stil te staan. Want als we het over beeldschermgebruik hebben, hebben we het over tv, maar ook over tablets en telefoons. Hoe vaak kijk jij per dag op je telefoon? Even op Facebook, even wat appjes tussendoor beantwoorden. En natuurlijk is dat allemaal niet het eind van de wereld, maar besef wel: “goed voorbeeld doet goed volgen”. Uit onderzoek komt naar voren dat de hoeveelheid beeldschermgebruik van ouders geassocieerd wordt met de hoeveelheid beeldschermgebruik van het kind. Oftewel: kijken papa en mama veel tv of op de tablet, dan zal hun kind waarschijnlijk ook naar verhouding meer tv kijken en van de tablet gebruik maken.

Een tv op de achtergrond aan staan? Dan blijkt een ouder minder met een kind praten. Dat kan wel tot 200 woorden per dag schelen.

Natuurlijk heeft een ouder op dit gebied niet alleen een slechte invloed. Ouders hebben ook als het om beeldscherm- en mediagebruik gaat zeer zeker positieve invloeden! Er zijn veel educatieve spelletjes of filmpjes te vinden die heel leuk en leerzaam voor kinderen zijn. Het is zeer zeker niet verkeerd om je kind op verschillende manieren te laten leren. Daarnaast is het ook aan ouders om kinderen te leren op een goede manier met media om te gaan. Gelukkig gaat dat heel vaak goed!

Voel je niet schuldig, maar wees bewust

Ouders hebben dus een grote invloed op het beeldschermgebruik van hun kind. Dat  betekent niet dat je je schuldig moet voelen als je die tv toch aan hebt staan of als je aan het appen bent in bijzijn van je kind. Of als je je jengelende kind voor de tv zet zodat je ook even je handen vrij hebt. We leven nu eenmaal niet meer in de middeleeuwen, maar in een mediatijdperk. Het hoort er nu eenmaal steeds meer bij. Maar wees je bewust van je eigen gebruik en daarmee je voorbeeldgedrag. Omdat we in een mediatijdperk leven, is het juist ook belangrijk om kinderen hier op een verantwoorde wijze mee om te leren gaan. Kinderen onthouden van deze virtuele wereld lijkt dan ook niet de oplossing te zijn. Stel, net als met andere zaken, ook grenzen aan het beeldschermgebruik. De meeste deskundigen geven overigens als richtlijn voor jonge kinderen 1 uur per dag aan. Voor zeer jonge kinderen van 1 en 2 jaar oud wordt zo weinig mogelijk aanbevolen.

Moraal van het verhaal

Of we echt na veel beeldschermgebruik bij jonge kinderen kenmerken zien die we ook bij kinderen met autisme zien, is nog maar de vraag. Dit zijn wel de bevindingen van een Franse arts, Dr. Anne-lise Ducanda. Dit is niet wetenschappelijk onderbouwd, maar dit is haar praktijkervaring. Op basis daarvan besloot zij een filmpje te publiceren waarin zij waarschuwt voor het beeldschermgebruik onder jonge kinderen. Er kwam internationale media-aandacht voor dit item en de waarschuwing van de arts veranderde in de media in een waarheid. Daarmee was de term: “virtueel autisme”, geboren. Omdat er nog weinig wetenschappelijk onderzoek naar is verricht, kan nog niet met zekerheid worden beweerd dat beeldschermgebruik zorgt voor autisme gedragskenmerken bij jonge kinderen. Het is echter wel zo dat het toenemende beeldschermgebruik een reden tot zorg is. Naast de mogelijke gevolgen op het gebied van lichamelijke gezondheid, zijn er duidelijke aanwijzingen dat er ook gevolgen bestaan voor de psychische gezondheid. Onderzoeken zijn nog volop in gang. Zoals Prof. Dr. Wouter Staal, kinder- en jeugdpsychiater samenvat: “Frequent multimediagebruik wordt in verschillende studies geassocieerd met een groter risico op psychopathologie of versterking van reeds bestaande psychopathologie.”

Prof. Dr. Ina van Berckelaer-Onnes, emeritus hoogleraar orthopedagogiek en gespecialiseerd in autisme, sluit uit dat beeldschermgebruik tot autisme kan leiden. “Maar het kan wel een side effect van autisme zijn: veel kinderen met autisme zoeken veelvuldig het beeldscherm op.” Zij betreurt dat de link met autisme is gelegd: “Het gaat om verschillende gedragsbiologen, die beide begeleiding nodig hebben, maar vanuit een ander gezichtspunt.”

Als we het hebben over beeldschermgebruik, zien we dat ouders een grote invloed hebben op het beeldschermgebruik van hun kind. Wanneer ouders in bijzijn van hun kinderen veel multimedia gebruiken, gebruiken de kinderen naar verhouding ook meer multimedia. Belangrijk is dat ouders duidelijke grenzen stellen aan het beeldschermgebruik van hun kinderen. Als richtlijn wordt vaak één uur per dag gehanteerd. Voor zeer jonge kinderen wordt beeldschermgebruik afgeraden. Wees je dus bewust van hoe je met multimedia in het gezin omgaat.

 

 

 

Leave a Comment

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

*